Duidelijk communiceren met je doelgroep. Het is een uitdaging voor de overheid, maar ook voor grote bedrijven. Want met 17 miljoen mogelijke ontvangers is het niet vanzelfsprekend dat iedereen de brieven begrijpt die organisaties sturen. Er zijn al veel initiatieven om dit te verbeteren. Vanuit de organisaties zelf, maar ook via adviesbureaus en campagnes storten mensen zich op dit probleem. Een populaire oplossing is 'makkelijker schrijven'. Bij de overheid is het schrijven op 'B1-niveau' een vaak gehoorde term. 95 procent van de mensen zou dit moeten begrijpen.

Maar is dat wel de oplossing?

B1 niveau


Wat is dat precies, B1-niveau?

Het niveau B1 is in 2001 vastgesteld door het Europees ReferentieKader (ERK). Het is één van de zes niveaus waarmee je kunt aangeven hoe goed een persoon een bepaalde taal spreekt, lees en schrijft. Op volgorde van 'niet vaardig' tot 'heel vaardig' zijn er de volgende niveaus: A1, A2, B1, B2, C1, en C2.¹ Een lezer met B1-niveau kan bijvoorbeeld:

“...teksten begrijpen die hoofdzakelijk bestaan uit hoogfrequente, alledaagse, of aan mijn werk gerelateerde taal.”²

Volgens Bureau Taal kun je deze niveaus ook gebruiken om iets te zeggen over de moeilijkheid van een tekst.³ En zoals op hun website staat: "Taalniveau B1 kan bijna iedereen begrijpen (zo'n 95% van de bevolking)."⁴

Een voorbeeldzin op B1-niveau is:

“De gemeente wil bekijken of de huidige manieren van afvalinzameling en –verwerking nog wel voldoende milieuvriendelijk zijn. Kunnen we het misschien slimmer aanpakken, zodat meer afval wordt gescheiden en mogelijk hergebruikt? Om dit te bereiken, werkt de gemeente aan een nieuw afvalbeleidsplan.”⁵

Kritiek


Maar zo zwart-wit is het in werkelijkheid niet.

Hoogleraar Carel Jansen van de Rijksuniversiteit Groningen heeft in 2013 al kanttekeningen geplaatst bij het toepassen van de taalniveaus op brieven. Hij zegt: “Het gaat in het ERK niet over teksten, maar enkel en alleen om vaardigheden van mensen om te mondeling en schriftelijk met elkaar te communiceren, en dan nadrukkelijk in een Europese taal die niet hun moedertaal is.” B1-niveau slaat dus niet op teksten, maar op de mensen die te teksten lezen, en dan ook nog over mensen die teksten lezen in een andere taal dan hun moedertaal.

Jansen zegt ook dat het percentage van 95% op de website van Bureau Taal gebaseerd is op het verkeerd uitleggen van een onderzoek door Bureau Taal.⁶ Het begint ermee dat de taalniveaus in het onderzoek in een andere schaal staan dan de ERK-niveaus. Bureau Taal heeft bij het omzetten de percentages aanpast, maar maakt niet duidelijk genoeg hoe ze aan de nieuwe percentages komen Zo komen ze erop uit dat 80% van de mensen B1-niveau heeft, en dat de mensen die A2-niveau hebben (15% van de mensen) ook wel een niveau hoger kunnen begrijpen. Hop, 15% erbij, en zo begrijpt 95% van de bevolking teksten op B1-niveau. Maar de logica hierachter is niet echt overtuigend. Jansen zegt zelfs dat de term ‘schrijven op B1-niveau’ vooral aantrekkelijk klinkt voor organisaties die hun teksten begrijpelijker willen maken, maar vooralsnog nergens op gebaseerd is, een ‘lege term’.³

En dat is niet het enige voorbeeld. Stichting Lezen en Schrijven, een andere speler in het ‘begrijpelijke overheidscommunicatie’-speelveld, gebruikt de Standaarden en eindtermen volwasseneducatie, die net weer anders ingedeeld zijn. Zij stimuleren de overheid om op '2F-niveau' te communiceren. Net als B1-niveau is dit het minimumniveau wat een volwassene moet beheersen om mee te kunnen doen in de samenleving. Maar ook dit niveau wijst op het niveau van de lezer, en niet van tekst.⁷

Terug naar het B1-niveau. Als dat een 'lege term' is, doet dit dan alle goed bedoelde inspanningen teniet? Nee. Het schrijven op B1-niveau heeft bedrijven aangezet om stappen te zetten die de maatschappij begrijpelijker maken voor iedereen. En dat is winst, linksom of rechtsom. Maar de gebrekkige onderbouwing voor schrijven op B1-niveau laat wel zien dat deze oplossing niet de heilige graal is. Ten eerste omdat je teksten dus niet zomaar een B1-taalniveau kunt geven. En daarnaast; zelfs als we alle brieven schrijven op 'B1-niveau', dan nog is het onwaarschijnlijk dat 95% van de mensen dat ook begrijpt.

Schrijven op B1-niveau: Een 'lege term'

Hoogleraar Carel Jansen (2013)

Andere oplossingen


Wij als Mindermoeilijk denken dat er meer dingen nodig zijn om teksten begrijpelijk te maken. Als het gaat over tekstbegrip, zegt de wetenschap: “Lezen is een interactie tussen de schrijver en de lezer door middel van een tekst, in een bepaalde socio-culturele context. (...) Daarbij kan tekstbegrip worden gezien als een interactief proces waarin de lezer de intenties, meningen en handelingen van de schrijver interpreteert”.⁸ In minder moeilijke taal: de tekst is een middel waarmee de schrijver zijn bedoelingen overbrengt op de lezer. De lezer probeert deze bedoelingen dan weer te begrijpen.

“Lezen is een interactie tussen de schrijver en de lezer door middel van een tekst,..."

Van Dijk & Kintsch (1983)

Hieronder zie je hoe dit proces werkt als iemand een brief niet begrijpt.

De brief makkelijker maken is ook niet dé oplossing:



De ‘belevingswereld’ dat is die socio-culturele context zoals in de wetenschappelijke definitie stond, en omdat die per persoon anders is, kan een brief niet voor iedereen ‘makkelijk’ worden gemaakt. Het B1-niveau gaat dus nooit het hele probleem oplossen. Denk er maar eens over na: één brief komt terecht bij een 18-jarige student, een gezin met een migratieachtergrond, een 65-plusser, een professor, iemand in de bijstand, iemand met een verstandelijke beperking. Er zijn verschillende brieven nodig voor verschillende (groepen) mensen.

Dit is ook wat de overheid zelf ook erkent in hun uitgangspunten voor overheidscommunicatie: “Vanwege de verschillen tussen burgers dienen waar mogelijk en noodzakelijk eenduidige boodschappen te worden gedifferentieerd naar doelgroepen. Een zelfde boodschap kan op verschillende manieren en via verschillende kanalen onder de aandacht worden gebracht. Het gaat om een optimale mediamix, maar ook om een optimale toonzetting die aansluit bij de belevingswereld van burgers. Door het koppelen van inhoud en kanaal aan specifieke doelgroepen kan de individuele burger veel beter worden bereikt.”.⁹

"Door het koppelen van inhoud en kanaal aan specifieke doelgroepen kan de individuele burger veel beter worden bereikt.”

Uitgangspunten voor Overheidscommunicatie

Daar komt nog bij dat er juridische eisen zijn voor brieven die organisaties sturen, en dat mensen verschillende voorkeuren hebben om informatie te krijgen: filmpjes of plaatjes, uitgebreide teksten of zelf extra uitleg zoeken, een brief in het Engels of met een vertaling in je moedertaal erbij, en ga zo maar door.

Kortom, een brief 'makkelijker maken' is belangrijk, en kan organisaties zeker helpen om hun doelgroep te bereiken. Maar deze oplossing is niet altijd mogelijk, of goed genoeg.

Mindermoeilijk?


En dit is waar Mindermoeilijk in beeld komt.

We kunnen (nog) geen 14 miljoen verschillende brieven schrijven. Zelfs als dat zou kunnen, welke informatie zou er dan in die brieven staan om zeker te weten dat iemand zijn brief begrijpt? Moeilijk, moeilijk, moeilijk. Of niet?

Wij denken van niet. Wij willen namelijk zorgen dat mensen zelf kunnen aangeven wat ze nodig hebben om een brief te begrijpen, zodat we precies die middelen kunnen aanbieden, aan degene die het nodig heeft.

Wij hopen dat deze passende hulp een deel van de oplossing is voor het beter begrijpen van brieven, en dat hiermee veel vragen snel kunnen worden beantwoord. Omdat online hulpmiddelen niet het antwoord zijn op alle vragen (Verrassing: Mindermoeilijk is óók niet de heilige graal!), blijft het principe gelden dat we digitaal helpen waar mogelijk, maar face-to-face waar nodig. Bijvoorbeeld via de telefoon of via een afspraak bij de organisatie.

Is het een grote uitdaging? Ja. Maar wij maken het graag minder moeilijk.

PS. Wil jij ons hierbij helpen? Wij zoeken een organisatie die met ons een pilot wil doen, zodat we dit idee in de praktijk kunnen toetsen. Zie je dat wel zitten of wil je meer informatie? Mail of bel ons!





Bronnen:

¹ ERK. Geraadpleegd van: http://www.erk.nl/docent/Wat/

² Fasoglio, D., Jong, K. de, Trimbos, B., Tuin, D., & Beeker, A. (2015). Taalprofielen 2015: herziene versie van Taalprofielen 2004. Enschede: SLO.

³ Jansen, C. (2013). Taalniveau B1: de nieuwste kleren van de keizer. Onze Taal (82, 2), p. 56-57

⁴ Bureautaal. Eenvoudig Nederlands. Geraadpleegd van https://www.bureautaal.nl/eenvoudig-nederlands-26

⁵ Stichting Lezen en Schrijven. Eenvoudige taal. Geraadpleegd van https://www.lezenenschrijven.nl/eenvoudige-taal2

⁶ Onderzoek van de OESO, genoemd door de Taalunie.

⁷ Stichting Lezen en Schrijven (2017). Verschillen in niveau-aanduidingen voor Nederlandstaligen en anderstaligen. Geraadpleegd van https://www.lezenenschrijven.nl/uploads/doe-mee/Verschil_in_niveau-aanduidingen_Nederlandstaligen_en_anderstaligen_LS_V201701.pdf

⁸ Van Dijk & Kintsch (1983), uit Perrez (2006). Connectieven, tekstbegrip en Vreemdetaalverwerving. Een studie van de impact van causale en contrastieve connectieven op het begrijpen van teksten in het Nederlands als vreemde taal (Doctoral dissertation, Université catholique de Louvain, Belgique).

⁹ Rijksvoorlichtingsdienst/CAR (2017). Uitgangspunten Overheidscommunicatie. Geraadpleegd van: https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/

richtlijnen/2010/12/09/uitgangspunten-overheidscommunicatie/UitgangspuntenOverheidscom.pdf